skip to Main Content
+31 (0)20 664 5111 info@fortadvocaten.nl

TROS Opgelicht over faillissementsfraude

Afgelopen week werd ik door een medewerkster van het tv-programma TROS Opgelicht gevraagd om als deskundige mijn commentaar te geven op een mogelijk geval van faillissementsfraude.

Het ging om een BV waarvan de zaken uitstekend gingen, tot het moment dat directeur Fred in 2012 door een hartaanval werd getroffen. Het ging snel bergafwaarts. Er werden geen ondernemingsactiviteiten meer verricht en de BV was een lege huls geworden met ruim EUR 150.000,– aan schulden.

Directeur Fred wilde van zijn BV af. Hij deed twee keer eigen aangifte tot faillietverklaring. Die mogelijkheid is geregeld in art. 4 van de Faillissementswet. Dat was heel verstandig van Fred, maar zijn verzoek werd niet door de rechtbank in behandeling genomen, omdat er een bijlage miste. Fred had die bijlage niet, omdat hij zijn accountant niet meer kon betalen.

Hoewel feitelijk failliet, bleef de BV dus voortbestaan. In 2013 werd Fred benaderd door de heer T, die zich profileerde als deskundige op het gebied van reorganisaties en dreigende faillissementen. T wilde de BV wel overnemen, omdat hij een cliënt had die geïnteresseerd was in het compensabel verlies. Fred vertrouwde de zaak niet en informeerde de TROS.

De argwaan van Fred is begrijpelijk, want een compensabel verlies gaat verloren bij de overdracht van een onderneming (art 20a Wet op de vennootschapsbelasting). Het is dus vreemd dat T een lege BV met een schuld van EUR 150.000 wil overnemen.

Er wordt veel gefraudeerd met de handel in bestaande BV’s en de BV van Fred leent zich daar uitstekend voor. Wie het handelsregister controleert, ziet alleen de mooie jaarrekening van 2011. Fred heeft immers geen geld om zijn accountant de jaarrekening over het rampjaar 2012 te laten maken. De TROS deed navraag bij een bekend kredietinformatiebureau en dat leverde een positieve kredietscore op.

Een fraudeur kan met deze BV dus op krediet bestellingen plaatsen en bovendien misbruiken voor btw- of subsidiefraude. Bang voor vervolging hoeft hij nauwelijks te zijn. Hoewel er met faillissementsfraude jaarlijks ruim EUR 1,5 miljard aan de economie wordt onttrokken, is de pakkans door het OM niet hoger dan 1,5%.

In hoeverre hier daadwerkelijk sprake was van kwade bedoelingen is onduidelijk, omdat T niet bereid was vragen te beantwoorden. Oordeelt u zelf; de uitzending is in november.

En hoe zit dat nu met de rechtbank? Mag die weigeren de eigen aangifte in behandeling te nemen, omdat een regeltje uit het door haar zelf opgestelde reglement niet wordt nageleefd? Fred loopt door die opstelling een dubbel risico. Als hij de BV te lang laat bestaan, kan hij door een curator aansprakelijk worden gesteld, maar als hij zijn BV aan een fraudeur overdoet, wacht hem hetzelfde lot (zie een mooie uitspraak op rechtspraak.nl: LJN BV 6199).

Mijn antwoord is nee: de rechtbank had het verzoek in behandeling moeten nemen. Het is niet de bedoeling dat een reglement prevaleert boven de wet. Het belang van interne werkbaarheid voor de rechtbank is evident, maar mag niet leiden tot een gemakzuchtige afvinkmentaliteit. Als een rechter om een dergelijke reden niet beslist op een verzoek, is sprake van rechtsweigering als bedoeld in art 26 Wetboek Rechtsvordering.
Fred zou een klacht kunnen indienen bij de rechtbank. Hoe dat werkt, is ook op rechtspraak te vinden.

Frits Kemp

 

Frits Kemp

Frits Kemp is partner e advocaat insolventierecht en specialist herstructurering en fraudebestrijding. Neem voor vragen contact op via 020 664 51 11.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *