skip to Main Content
act legal covers all major European business centres
AmsterdamBratislavaBucharestBudapestFrankfurtMilanPragueViennaWarsaw
Meet us at actlegal.com

Casus: de WHOA van ADO Den Haag

Casus: de WHOA van ADO Den Haag

16 mei 2022, door Derk van Geel

ADO Den Haag in de problemen

Voetbalclub ADO Den Haag verkeerde begin 2021 in financieel zwaar weer. De directe aanleiding daarvoor was, dat haar Chinese aandeelhouder een financiering van EUR 2 miljoen niet beschikbaar stelde, terwijl die dat wel had moeten doen. ADO had daardoor een acuut liquiditeitstekort van ongeveer dit bedrag. Daarnaast was duidelijk dat ADO ook een ondraaglijke schuldenlast had. ADO had een reguliere schuldenlast van bijna EUR 18 miljoen verdeeld over circa 150 schuldeisers. ADO was daarnaast verlieslatend. Zo waren er dus drie problemen: (i) een liquiditeitstekort, een (ii) schuldenberg en (iii) verlieslatende onderneming.

De WHOA

ADO besloot door middel van een WHOA-procedure deze problemen aan te pakken. De WHOA staat voor Wet Homologatie Onderhands Akkoord. Deze wet biedt de mogelijkheid om via een schuldenakkoord tot een sanering te komen die nodig is om faillissement af te wenden. Het instrument is beschikbaar voor ondernemingen die in de kern levensvatbaar zijn. Het idee is, dat met het saneren van de onderneming een meerwaarde wordt gerealiseerd vanwege het behoud van continuïteit. Deze meerwaarde (althans een deel daarvan) kan dan beschikbaar komen aan de crediteuren, die anders genoegen moeten nemen met hun liquidatieperspectief. Crediteuren krijgen dan een voorstel, dat hen een beter perspectief moet bieden dat in faillissement. Nadat zij gestemd hebben over dit voorstel, kan de onderneming naar de rechtbank gaan, en verzoeken het akkoord voor alle crediteuren verbindende te verklaren (homologeren). De rechtbank beoordeelt of aan de wettelijke vereisten is voldaan. WHOA is dus een saneringsinstrument, bedoeld om een levensvatbaar bedrijf te redden van faillissement, in het belang van zowel de onderneming als van de crediteuren.

Afkoelingsperiode(n)

ADO voorzag dat crediteuren zich actief zouden gaan verhalen op haar activa. In dat geval zou de voorbereiding van het akkoord in gevaar komen. Om dat risico te voorkomen, verzocht (en kreeg) ADO van de rechtbank een zogenoemde afkoelingsperiode. Tijdens die afkoelingsperiode worden de rechten van crediteuren om zich te verhalen op goederen van ADO, opgeschort. Dat kan bijvoorbeeld gaan om beslagleggen, goederen terughalen of pandrechten uitwinnen. Op 25 mei 2021 kreeg ADO een afkoelingsperiode tot 1 augustus 2021. Deze periode is later enkele keren verlengd. Een afkoelingsperiode wordt enkel toegekend als de lopende verplichtingen in de tussentijd kunnen worden nagekomen. Omdat ADO een negatieve exploitatie had en een acuut liquiditeitsgat in de beoogde afkoelingsperiode, was de vraag of daarvoor financiering beschikbaar was. Die financiering was er, en was afkomstig uit de transferopbrengsten van een van de spelers. Uit die opbrengst kon ADO de lopende kosten tijdens de afkoelingsperiode betalen. Het eerste probleem werd daarmee tijdelijk opgelost.

ADO koos er ook voor de rechtbank te vragen een herstructureringsdeskundige te benoemen. Dat is niet verplicht, maar kan een voordeel bieden. Een herstructureringsdeskundige (HD) is een door de rechtbank benoemde functionaris, die zich buigt over het aan te bieden akkoord. Deze persoon houdt zich niet met de business bezig, maar alleen met het WHOA-akkoord.

Nieuwe aandeelhouder en akkoord

In de tussentijd ging ADO samen met haar adviseurs en de HD op zoek naar een nieuwe aandeelhouder die haar wel wilde financieren. Dat lukte in de partij Globalon. Globalon wilde de aandelen wel verwerven en zou ADO dan financieren gedurende enkele jaren, en daarvoor minimaal EUR 7,5 miljoen beschikbaar stellen. Hiermee zou het derde probleem tijdelijk worden opgelost. De negatieve exploitatie zou dan immers niet betekenen dat ADO alsnog failliet zou gaan.

Om de schuldenberg te saneren en om de zittende Chinese aandeelhouder tot aftreden te dwingen, bood ADO een akkoord aan. Daarvoor verdeelde ADO haar crediteuren in vijf klassen volgens de wettelijke rangorde:

Klasse A Klasse van preferente crediteuren, waartoe enkel de Belastingdienst behoort.
Klasse B Klasse met concurrente crediteuren
Klasse C Klasse met enkel een gelieerde partij, ADO Hospitality
Klasse D Schuldeiser met een achtergestelde lening, te weten aandeelhouder UVS
Klasse E De aandeelhouder, UWV

Om te bepalen wat ieders perspectief was bij liquidatie is een taxateur ingeschakeld. Tezamen met de HD werd berekend dat de totale netto-liquidatieopbrengst slechts EUR 450.000 zijn. Dit bedrag zou volledig naar de bank vloeien en de overige crediteuren zouden gaan opbrengst kunnen verwachten. Geen van de crediteuren die onderdeel waren van het akkoord waren -zogezegd- ‘in the money’. Als onderdeel van het akkoord werd aan Klassen A en B een gestaffeld voorstel gedaan met een aflopend percentage. De Belastingdienst kreeg het dubbele percentage aangeboden ten opzichte van de concurrente crediteuren, zoals de Leidraad Invordering vereist. Langs deze weg zou ongeveer EUR 1,5 miljoen via het akkoord beschikbaar komen voor de schuldeisers; zo zou de WHOA een duidelijke meerwaarde bieden ten opzichte van de liquidatie. De gelieerde partij zou de vordering volledig afboeken en hetzelfde gold voor de achtergestelde lening van de aandeelhouder. De aandeelhouder moest ook zijn aandelen inleveren. De uitslag van de stemming over het akkoord was, dat behalve de aandeelhouder, het akkoord op grote steun kon rekenen en met een grote meerderheid is geaccepteerd.

Homologatie

Vervolgens moest de rechtbank zich buiten over de vraag of het akkoord kon worden gehomologeerd, zodat dit ook verbindend was voor de tegenstemmende crediteuren. Het antwoord luidde bevestigend. Daarbij moet wel worden opgemerkt, dat de rechtbank enkel aan de algemene afwijzingsgronden hoefde te toetsen omdat de Chinese aandeelhouder weliswaar bezwaren had opgeworpen, maar deze te laat waren ingediend, zodat de rechtbank deze kon negeren. De vraag is, of dit veel verschil had gemaakt.

Met de homologatie kreeg ADO dus een andere aandeelhouder én lukt het om maar liefst EUR 16 miljoen aan schulden te saneren. En dat tegen betaling van EUR 1,5 miljoen. Om die reden laat deze casus het mogelijke succes van de WHOA goed zien. De casus illustreert overigens ook, dat een goede voorbereiding essentieel is en je soms een beetje geluk moet hebben.

Wilt u de uitspraken lezen? Deze vindt u hier:

Heeft u vragen over de WHOA? Onze specialisten van het team insolventierecht & herstructuring vertellen u er graag meer over.

Derk van Geel

Derk van Geel is advocaat insolventierecht en herstructurering. Daarnaast is hij specialist in Bijzonder Beheer. Neem voor vragen contact op via +31(0)20 664 51 11.