skip to Main Content
act legal covers all major European business centres: AmsterdamBratislavaBucharestBudapestFrankfurtMilanPragueViennaWarsaw

De eindsprint: pas nu uw franchiseovereenkomst aan!

De eindsprint: pas nu uw franchiseovereenkomst aan!

25 juli 2022, door Dirk van den Berg en Frédérique Sarneel

 

Nog even snel de franchiseovereenkomst aanpassen? Vanaf 1 januari 2023 moeten ook franchiseovereenkomsten die zijn gesloten vóór 1 januari 2021 volledig voldoen aan de Wet franchise. Wij komen nog geregeld franchisenemers en -gevers tegen die (nog) niet bezig zijn met aanpassing van hun overeenkomst aan de wet. Sommigen zijn zich er niet van bewust dat wijzigingen noodzakelijk zijn. Maar wij zien vooral dat de duur van de onderhandelingen wordt onderschat. En juist die onderhandelingen nemen in de praktijk behoorlijk veel tijd in beslag. Snel de overeenkomst aanpassen is in de praktijk dus meestal niet haalbaar.

Op welke onderwerpen moet de franchiseovereenkomst dan worden aangepast? Ten eerste moet de franchiseovereenkomst een goodwillbepaling bevatten die voldoet aan de wettelijke eisen. Ten tweede stelt de wet ook eisen aan het non-concurrentiebeding voor franchisenemers. Bepalingen die op deze onderwerpen ten nadele van de franchiseovereenkomst afwijken van de wet, zijn vanaf 1 januari aanstaande ongeldig.

Ten derde is het zeer verstandig om in uw franchiseovereenkomst rekening te houden met het instemmingsvereiste. Heeft u daar in uw franchiseovereenkomst niks over afgesproken, dan kan dat ingrijpende gevolgen hebben voor de slagkracht van de gehele franchiseorganisatie. We leggen u in dit artikel uit wat er verandert en hoe u problemen kunt voorkomen.

Instemmingsregeling

Franchiseovereenkomsten zijn vaak zo opgesteld dat de franchisenemer bij voorbaat heeft ingestemd met wijzigingen die de franchisegever wenst door te voeren. Ook komt het voor dat de franchiseovereenkomst zo ruim en abstract is geformuleerd, dat de franchisegever wijzigingen kan doorvoeren zonder toestemming van de franchisenemer nodig te hebben. De wetgever vindt dat onder bepaalde omstandigheden onwenselijk, vooral als de franchisenemer (flinke) financiële offers moet brengen voor een eenzijdig opgelegde wijziging.

Om die reden introduceert de Wet franchise de instemmingsregeling. Deze regeling heeft betrekking op de situatie dat de franchisegever een “wijziging in de franchiseformule” wil doorvoeren waarbij de franchiseovereenkomst niet hoeft te worden gewijzigd, of een “afgeleide formule” wil lanceren. Wat een formulewijziging exact is, bepaalt de wet niet. In de toelichting bij de wet worden wel voorbeelden genoemd, zoals een wijziging van het soort producten of diensten, de manier van aanbieden, of aanpassing van het verdienmodel. Het begrip afgeleide formule is wel gedefinieerd. Het gaat om een formule die in de beleving van het publiek veel gelijkenissen vertoont met de franchiseformule en daardoor sterke associaties oproept met die franchiseformule, bijvoorbeeld door gebruik van dezelfde of vergelijkbare huisstijl en/of merknaam. Klanten kunnen dan ten onrechte denken dat het gaat om dezelfde formule.

Als de franchisegever hierbij een investering verlangt van de franchisenemer, hem een betalingsverplichting oplegt, verlangt dat hij kosten maakt of een omzetderving van de franchisenemer voorziet, dan moet de franchisegever eerst instemming krijgen.

Hij mag de wijziging alleen doorvoeren als ofwel de meerderheid van álle in Nederland gevestigde franchisenemers van de franchiseonderneming instemt, of als iedere franchisenemer die door de maatregel wordt geraakt afzonderlijk instemt. De wet zorgt op dit gebied dus voor meer inspraak van franchisenemers.

Drempelwaarden

De franchiseorganisatie kan behoorlijk worden afgeremd als de franchisegever voor iedere formulewijziging die een franchisenemer ook maar enigszins financieel raakt, instemming van franchisenemers nodig heeft. Daar is een oplossing voor bedacht: de franchiseovereenkomst mag drempelwaardenbevatten. Instemming is dan alleen vereist als de verlangde investeringen, financiële bijdragen, kosten en/of verwachte omzetderving boven de in de franchiseovereenkomst vastgelegde drempel zullen uitstijgen. Franchisegevers doen er dus verstandig aan drempelwaarden af te spreken.

Ook de franchisenemer kan baat hebben bij drempelwaarden. De franchisegever zal doorgaans alleen een formulewijziging willen doorvoeren als hij verwacht dat ook franchisenemers daarmee uiteindelijk een positiever resultaat bereiken. De franchisegever heeft immers ook (financieel) belang bij een goed resultaat van franchisenemers. Als iedere wijziging steeds instemming behoeft, dan verliest de franchiseformule slagkracht, en dat kan weer leiden tot een verzwakking van de concurrentiepositie en omzetverlies van de franchisenemer. In de toelichting bij de wet heeft de wetgever franchisenemers die weigeren met (redelijke) drempelwaarden in te stemmen (zodat geen akkoord wordt bereikt en alle wijzigingen altijd instemming behoeven) gewaarschuwd dat zij zich mogelijk niet gedragen als “goed franchisenemer”. De franchisegever kan in dat geval waarschijnlijk een drempelwaarderegeling bij de rechter afdwingen.

Vertegenwoordiging

Ook het bestaan van een vertegenwoordiging voor franchisenemers – bijvoorbeeld via de franchisevereniging – kan voor de franchisegever efficiënt zijn ter verkrijging van de vereiste instemming, vooral als dit orgaan bevoegd is de meerderheid van de franchisenemers te binden. Ook dat is een maatregel die kan worden genomen om de slagkracht van de franchiseorganisatie te behouden.

Hulp nodig? Rondetafelsessies!

Wilt u de franchiseovereenkomst in overeenstemming brengen met de Wet franchise? Of sparren over de impact van deze wet? Wij helpen u daar graag bij! Wij organiseren op 1 en 8 september 2022 rondetafelsessies waarin we met franchisenemers en -gevers in gesprek gaan over aanpassingen in de franchiseovereenkomst in verband met de nieuwe wet. Als u interesse heeft, stuur ons dan een e-mail: dirk.vandenberg@actlegal-fort.com en frederique.sarneel@actlegal-fort.com.

Dirk van den Berg

Dirk van den Berg is partner en advocaat bij act Fort Advocaten. Hij heeft zich gespecialiseerd in vastgoedrecht, franchiserecht, huurrecht bedrijfsruimte en distributierecht. Hij adviseert een groot aantal ondernemers in de tankstation branche, onder andere in contracten met oliemaatschappijen.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *