skip to Main Content
+31 (0)20 664 5111 info@fortadvocaten.nl

Een opmerkelijke zaak betreffende accountantstuchtrecht

Als een accountant opdracht wordt gegeven om een rapport op te stellen ten behoeve van een gerechtelijke procedure, is het de opdrachtgever uiteraard te doen om de bewijswaarde van dat rapport. De accountant is immers bij uitstek een deskundige op bepaalde gebieden zoals (bijvoorbeeld) de jaarrekening.

Inleiding

Het zal geen verbazing wekken dat wederpartijen in zulke gerechtelijke procedures zich met enige regelmaat tot de tuchtrechter wenden. De jurisprudentie op het gebied van het accountantstuchtrecht staat bol van voorbeelden waarbij het accountants wordt verweten conclusies in een rapport te hebben opgenomen zonder zogeheten “deugdelijke grondslag”. Het verwijt is dan meestal dat de accountant niet voldoende onderzoek heeft verricht om een bepaalde conclusie te rechtvaardigen of dat de resultaten van een bepaald onderzoek niet de stellige conclusies toestaan als door de accountant in het rapport werden genomen. De klager is daarbij vrijwel zonder uitzondering de wederpartij in de gerechtelijke procedure.

De casus

Onlangs deed zich echter een opmerkelijke zaak voor waarbij een accountant niet door de wederpartij in de procedure maar door zijn eigen opdrachtgever een verwijt werd gemaakt. De accountant had in zijn rapport niet de stellige conclusies opgenomen die zijn opdrachtgever wenste. Fort Advocaten N.V. stond de accountant in deze zaak bij.

De opdrachtgever wilde het rapport gebruiken in een door hem als advocaat namens verschillende partijen ingestelde (collectieve) actie tegen Spaarbeleg / AEGON Garantiefonds. De opdrachtgever stelde zich in de tuchtprocedure – zakelijk weergegeven – op het standpunt dat uit de door hem aan de accountant aangeleverde informatie aanstonds volgde dat AEGON Garantiefonds niet in obligaties maar slechts in opties zou hebben belegd. Hij wilde dat de accountant dat als conclusie in zijn rapport op zou nemen. De accountant nam echter in zijn rapport op dat hij weliswaar vermoedde dat het Garantiefonds niet heeft belegd in obligaties maar dat slechts na het onderzoeken van de administratie van het Garantiefonds en de andere bij de beleggingen betrokken vennootschappen daarover meer duidelijkheid kon worden gegeven. Stelliger conclusies wilde de accountant niet opnemen in het rapport, ook niet na hardnekkig aandringen van de zijde van de opdrachtgever.

De uitspraak

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde, net als eerder de accountantskamer, dat met de handelwijze van de accountant niets mis was. De tuchtklacht werd in alle onderdelen ongegrond geacht. Daaruit mag overigens niet worden geconcludeerd dat de accountant nooit een verwijt treft als hij weigert conclusies in een rapport op te nemen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven lijkt een gegronde tuchtklacht wegens té voorzichtig concluderen wel degelijk voor mogelijk te houden. Daar was echter in deze kwestie simpelweg geen sprake van. Het beschikbare materiaal stond de gewenste conclusie niet toe. De accountant in de onderhavige zaak handelde zorgvuldig door niet aan de eisen van de opdrachtgever toe te geven.

Een saillant detail

Erg saillant is overigens dat in een later stadium door een andere accountant wél een rapport werd opgestelde met daarin de stellige conclusies die de klager zo vurig wenste, aldus uiteraard zonder deugdelijke grondslag. Die accountant kon bovendien worden verweten hoor en wederhoor niet te hebben toegepast en dat hij ongefundeerde uitspraken had gedaan in de pers.

De accountantskamer legde die accountant de maatregel van berisping op, een milde straf als u het mij vraagt. De accountant in die kwestie is daartegen dan ook niet in beroep gegaan.

 

 

Thomas Welschen

Thomas Welschen is advocaat ondernemingsrecht. Hij is gespecialiseerd in corporate litigation, collectieve aties en arbitrage. Neem voor vragen contact op via 020 664 51 11.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *