Skip to content
act legal covers all major European business centres: Amsterdam Bratislava Bucharest Budapest Frankfurt Milan Paris Prague Sofia Vienna Warsaw

Het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad

Het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad – nog steeds geen duidelijkheid bij kwalificatie arbeidsrelatie

28 maart 2023, door Elias van Kampen

 

Afgelopen vrijdag, 24 maart 2023, heeft de Hoge Raad het langverwachte Deliveroo-arrest gewezen. Dit arrest gaat over de vraag of de maaltijdbezorgers van Deliveroo (zogenoemde platformwerkers) hun werkzaamheden als zzp’ers verrichtten of als werknemers. Zowel de kantonrechter als het gerechtshof hadden eerder geoordeeld dat de bezorgers als werknemer bij Deliveroo in dienst waren. Tegen het oordeel van het hof had Deliveroo beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Deliveroo heeft haar activiteiten in Nederland inmiddels gestaakt, mede vanwege deze discussie.

Wanneer is een overeenkomst een arbeidsovereenkomst?

In arbeidsrechtelijk Nederland werd verwacht dat ook de Hoge Raad zou oordelen dat sprake was van werknemerschap. Deze verwachting bleek juist te zijn. Ook de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de maaltijdbezorgers van Deliveroo als werknemers werkzaam waren.

De Hoge Raad gaat in het Deliveroo arrest in op de vraag hoe moet worden beoordeeld of een overeenkomst als een arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt. De uitspraak is daarom niet alleen relevant voor platformwerkers, maar in feite voor alle situaties waarin een arbeidsrelatie moet worden gekwalificeerd.

De wet bepaalt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst als de ene partij, de werknemer zich verbindt om in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende een zekere tijd arbeid te verrichten. Uit eerdere rechtspraak van de Hoge Raad over de kwalificatie van de arbeidsverhouding volgt dat eerst moet worden vastgesteld welke rechten en verplichtingen partijen zijn overeengekomen. Pas hierna dient de arbeidsverhouding te worden gekwalificeerd.

Holistische benadering

De Hoge Raad heeft in het Deliveroo arrest gekozen voor een zogenoemde holistische benadering van het kwalificatievraagstuk. Dat betekent dat alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien van belang zijn. In de uitspraak worden de volgende negen factoren specifiek genoemd:

  1. De aard en duur van de werkzaamheden;
  2. De wijze waarop de werkzaamheden en werktijden worden bepaald;
  3. De inbedding van het werk en degene die het werk verricht in de organisatie en bedrijfsvoering;
  4. Het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
  5. De wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding tussen partijen tot stand is gekomen;
  6. De wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
  7. De hoogte van de beloningen;
  8. Of degene die werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt;
  9. Of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen.

Geen van deze factoren is doorslaggevend voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Hiermee heeft de Hoge Raad niet het advies gevolgd uit de conclusie van A-G De Bock. Zij had in haar conclusie, een advies aan de Hoge Raad, van 17 juni 2022 het standpunt ingenomen dat het vooral draait om de organisatorische inbedding van de platformwerker in de onderneming van de werkverschaffer. Volgens de Hoge Raad is dit weliswaar een relevant gezichtspunt dat bij de kwalificatievraag moet worden betrokken, maar is dit dus geen doorslaggevend aspect.

Interessant aan het Deliveroo-arrest is dat ook het al dan niet bestaan van de verplichting om de arbeid persoonlijk te verrichten slechts als een relevant gezichtspunt is aangemerkt. Juist op grond van (oude) rechtspraak van de Hoge Raad werd aangenomen dat als de arbeid niet persoonlijk hoeft te worden verricht, geen sprake kan zijn van een arbeidsovereenkomst. Van dit standpunt lijkt de Hoge Raad nu dus te zijn teruggekomen. De wet schrijft overigens wel voor dat de werknemer verplicht is om de arbeid zelf te verrichten, en dat hij zich slechts met toestemming van de werkgever door een derde mag laten vervangen. Uit het Deliveroo-arrest kan worden opgemaakt dat wegcontracteren van de verplichting om de arbeid persoonlijk te verrichten niet aan het bestaan van een arbeidsovereenkomst in de weg hoeft te staan.

Voorts valt op dat ook de hoogte van de beloning door de Hoge Raad als een relevant gezichtspunt wordt beschouwd. De achterliggende gedachte is kennelijk dat als een arbeidskracht weinig krijgt betaald, dit een aanwijzing is dat van ondernemerschap geen sprake kan zijn, en dat deze arbeidskracht dus als een werknemer moet worden beschouwd.

Weinig houvast

De holistische benadering die de Hoge Raad heeft gehanteerd, is in feite niets nieuws en geeft de praktijk helaas weinig houvast. De Hoge Raad heeft er zelfs bewust van afgezien om nadere regels en uitgangspunten te formuleren, omdat het onderwerp van de kwalificatie van de arbeidsovereenkomst momenteel ook de aandacht heeft van de Nederlandse en Europese wetgever. Dat is voor de praktijk teleurstellend, maar we zullen het ermee moeten doen.