skip to Main Content
+31 (0)20 664 5111 info@fortadvocaten.nl

Procedure in eerste aanleg

Procedures in eerste aanleg bij de rechtbank

In Nederland is de rechtbank het gerecht in eerste aanleg. Hier kan men terecht voor zaken met betrekking tot het bestuursrecht, het civiele recht en het strafrecht. Ik ga hier alleen in op de civielrechtelijke procedures.

De twee belangrijkste civielrechtelijke procedures zijn de dagvaardingsprocedure en de verzoekschriftprocedure. De dagvaardingsprocedure en de verzoekschriftprocedure danken hun naam aan het feit dat deze procedures worden ingeleid met een dagvaarding dan wel een verzoekschrift. Eén van de verschillen tussen beide procedures is, dat de dagvaarding namens de eisende partij door een deurwaarder aan de wederpartij wordt uitgebracht en ook aan die wederpartij is gericht. Het verzoekschrift wordt daarentegen door de verzoeker ter griffie ingediend en is aan de rechter gericht.

Welke van deze procedures gekozen moet worden, blijkt uit de wet. Wordt onverhoopt de verkeerde procedure gekozen, dan zal de rechter de procedure op het juiste spoor zetten. Naast de dagvaardingsprocedure en de verzoekschriftprocedure is er ook nog de mogelijkheid tot het aanspannen van een kort geding.

Bevoegdheid

De rechter kan een zaak alleen behandelen als hij daartoe bevoegd is. Bij de bevoegdheid van de rechter wordt gekeken naar twee componenten: de absolute bevoegdheid en de relatieve bevoegdheid. De absolute bevoegdheid ziet op de vraag welke rechter van de rechtbank hiërarchisch gezien bevoegd is, sector civiel of sector kanton. De relatieve bevoegdheid betreft de kwestie welke rechter geografisch gezien bevoegd is.

Absolute bevoegdheid

Welke rechter absoluut bevoegd is, is afhankelijk van het onderwerp van de zaak en van het bedrag van de vordering. De rechtbank, sector civiel, is in eerste aanleg bevoegd om alle zaken te behandelen, behalve wanneer de wet bepaalt dat een zaak tot de bevoegdheid van de kantonrechter behoort. De wet bepaalt dat de kantonrechter bevoegd is zaken te behandelen die, ongeacht hun aard of rechtsgrond, een geldwaarde hebben van ten hoogste €25.000,- (‘waardevorderingen’) en zaken die, ongeacht hun omvang, een bepaalde aard hebben (‘aardvorderingen’). Denk bij aardvorderingen aan zaken die voortvloeien uit of verband houden met bijvoorbeeld een (collectieve) arbeidsovereenkomst, een huurovereenkomst, een huurkoopovereenkomst of een agentuurovereenkomst.

Relatieve bevoegdheid

Nadat is bepaald welke rechter absoluut bevoegd is, komt de vraag aan de orde bij welke rechtbank de zaak relatief moet worden ingeleid.

Bij de relatieve bevoegdheid moet er een onderscheid gemaakt worden tussen de dagvaardingsprocedure en de verzoekschriftprocedure. In een dagvaardingsprocedure is meestal de rechter van de woonplaats van gedaagde relatief bevoegd. Als je een (rechts)persoon wil dagvaarden die in Amsterdam woont of haar statutaire zetel heeft, zal je dus bij de rechter in Amsterdam terecht moeten. De wet bepaalt dat er in sommige gevallen ook een andere rechter relatief bevoegd kan zijn. Daarnaast kunnen partijen ook bij overeenkomst bepalen welke rechter zij relatief bevoegd achten.

In een verzoekschriftprocedure is meestal de rechter van de woonplaats van verzoeker, of één van de verzoekers of één van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden relatief bevoegd. Bij verzoekschriftprocedures bepaalt de wet in sommige gevallen ook dat er nog een andere rechter relatief bevoegd is.

Dagvaardingsprocedure

Een dagvaardingsprocedure begint met een dagvaarding. De procedure is aanhangig vanaf het moment dat de dagvaarding door de deurwaarder is betekend. Door middel van een dagvaarding roept de ene partij (eiser) de wederpartij (gedaagde) op om voor de rechter te verschijnen. In een dagvaarding staan onder meer de eis en de onderbouwing van de eis, de bekende verweren van de tegenpartij en het bewijsaanbod. Daarnaast wordt er ook in vermeld tegen welke dag de gedaagde wordt gedagvaard en op welke wijze de gedaagde in het geding moet verschijnen. Dit is van belang, omdat in procedures bij de kantonrechter in persoon geprocedeerd kan worden, terwijl bij de rechtbank sector civiel het verplicht is een advocaat in te schakelen. Als de gedaagde de dagvaarding heeft ontvangen, kan hij daartegen in een conclusie van antwoord verweer voeren. In een conclusie van antwoord kan de gedaagde ook komen met een tegeneis (‘eis in reconventie’).

Na de dagvaarding en de conclusie van antwoord, vindt er doorgaans een zitting (‘comparitie’) plaats. Tijdens de zitting mogen partijen een mondelinge toelichting geven. Een comparitie begint meestal met een aantal formaliteiten. De rechter zal dan kijken wie er aanwezig is tijdens de zitting en of alle stukken ingediend zijn. Daarna zal de rechter de zaak inhoudelijk behandelen door vragen te stellen aan beide partijen. Daarbij is er ruimte voor discussie. Het doel van de rechter is het vergaren van informatie. Vaak vraagt de rechter tijdens een comparitie ook of partijen (nog) bereid zijn tot een schikking. Soms gaat de rechter dan ook al expliciet in op de zwakke en sterke punten van partijen, om zo al een voorzet te geven van het vonnis als er geen schikking tot stand zou komen. Als partijen dat willen proberen, gaan zij de gang op om te onderhandelen. De rechter kan een partij niet dwingen te schikken. Mocht een schikking niet gewenst zijn of niet lukken, dan zal de rechter een vonnis wijzen.

In sommige zaken geeft de rechter (voor- of nadat een zitting plaatsvindt) partijen nog de gelegenheid tot een tweede schriftelijke ronde. De eiser heeft dan de mogelijkheid om in een conclusie van repliek te reageren op het verweer van gedaagde. De gedaagde kan in een conclusie van dupliek weer reageren op de conclusie van repliek.

Verzoekschriftprocedure

De verzoekschriftprocedure wordt gestart door een verzoek. Het verzoekschrift bevat een verzoek en de gronden daarvoor. Na het indienen van het verzoekschrift zullen beide partijen en eventuele belanghebbenden een oproep krijgen voor een zitting. Het is niet verplicht om aanwezig te zijn op deze zitting, maar het wordt wel sterk aangeraden. De andere partij en eventuele belanghebbenden ontvangen bij de oproep voor een zitting een kopie van het verzoekschrift. Zij krijgen dan de mogelijkheid om te reageren op het verzoekschrift. Als de tegenpartij het niet eens is met het verzoek, dan kan zijn advocaat een verweerschrift indienen. Verweer voeren kan zowel mondeling tijdens de zitting als schriftelijk. Het verweerschrift moet een duidelijke omschrijving van het verweer en de gronden waarop dat verweer berust bevatten. Daarnaast kan eventueel in een verweer een eigen verzoek worden gedaan. Dit tegenverzoek moet wel verband houden met het verzoek in het verzoekschrift. Na het verzoekschrift en het verweerschrift zal er een zitting plaatsvinden. Net zoals bij een dagvaardingsprocedure zal de rechter in eerste instantie proberen tot een schikking te komen. Mocht dit niet lukken, dan zal de rechter het verzoekschrift toe- of afwijzen.

Kort geding

Naast de dagvaardingsprocedure en de verzoekschriftprocedure is er ook nog de mogelijkheid tot het aanspannen van een kort geding. Dit is een versnelde dagvaardingsprocedure waarin de voorzieningenrechter om een snelle, voorlopige beslissing wordt gevraagd vanwege een spoedeisend belang. Een kort geding kan zowel bij kantonzaken als bij civiele zaken. Van belang bij civiele zaken is dat de gedaagde niet verplicht is een advocaat in te schakelen, tenzij een tegenvordering wordt ingesteld. Voor de eiser is het inschakelen van een advocaat wel verplicht. In principe verloopt een kort geding hetzelfde als een dagvaardingsprocedure. Het kort geding begint met een dagvaarding. Hierin staan onder meer de eis en de gronden van de eis, de reden waarom met spoed een uitspraak van de rechter nodig is en het bewijsaanbod. Na het uitbrengen van de dagvaarding kan er een zitting plaatsvinden. Net zoals in de dagvaardingsprocedure als in de verzoekschriftprocedure zal de rechter proberen te komen tot een schikking. Mocht dit niet lukken, dan zal de rechter een vonnis wijzen.

De beperkingen die kleven aan deze procedure is dat het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig oordeel is. Dit houdt in dat de uitspraak geldt totdat de rechter in een bodemprocedure zoals hierboven beschreven een definitief oordeel geeft. Het is echter niet verplicht een bodemprocedure te starten als beide partijen zich neerleggen bij het vonnis van de kortgeding rechter. Het kortgedingvonnis wordt dan geaccepteerd als definitief oordeel. Indien partijen het niet eens zijn met het vonnis, kan een bodemprocedure gestart worden. Deze procedure is een dagvaardingsprocedure bij de kanton- of civiele rechter. Deze rechter behandelt de zaak als een nieuwe zaak, waarbij dus ook een ander oordeel gegeven kan worden dan van de kortgedingrechter.

Digitaal procederen

De minister van Justitie en Veiligheid en de Raad voor de rechtspraak willen de rechtspraak moderniseren. Zij hebben daartoe het programma Kwaliteit en Innovatie (KEI) opgezet, waarin het bestuursprocesrecht en de civielrechtelijke procedures vereenvoudigd en gedigitaliseerd worden. De inwerkingtreding van KEI verloopt in fasen. Het duurt een aantal jaar voordat alle zaken volledige gemoderniseerd en gedigitaliseerd zijn. Op dit moment is digitaal procederen al verplicht in civiele vorderingszaken bij de Hoge Raad (sinds 1 maar 2017), in asiel- en bewaringszaken bij alle rechtbanken (sinds 12 juni 2017) en in handelszaken met advocaat bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland (sinds 1 september 2017).

In beginsel bestaat de digitale vorderingsprocedure uit één schriftelijke ronde, één mondelinge behandeling bij de rechter en eindigt met een uitspraak. De procedure begint met een digitale procesinleiding van de advocaat. Hierin staan, net zoals voor KEI in de dagvaarding, onder meer de eis en de gronden van de eis. Vervolgens wordt er een oproepingsbericht gemaakt en dient de advocaat ervoor te zorgen dat dit de verwerende partij bereikt. Een deurwaarder is dan niet meer per se nodig, maar in de praktijk zal die nog wel vaak ingeschakeld worden. De advocaat van de tegenpartij kan digitaal laten weten of hij besluit verweer te voeren. Hierna zal er een zitting plaatsvinden. In eerste instantie zal de rechter ook hier tot een schikking proberen te komen. Mocht dat niet lukken, zal de rechter een vonnis wijzen.