skip to Main Content
act legal covers all major European business centres
AmsterdamBratislavaBucharestBudapestFrankfurtMilanPragueViennaWarsaw
Meet us at actlegal.com

De aard van het beestje

De aard van het beestje

10 april 2019, door Dirk van den Berg

 

Een half jaar geleden ben ik na ruim 20 jaar van kantoor gewisseld. Binnen mijn nieuwe kantoor is er een ruime ervaring in retail (‘gewone’ winkels) maar werd er niet of nauwelijks gewerkt voor de tankstationbranche. Mijn kantoorgenoten zien op de zakenlijst nieuwe namen verschijnen, in het pand nieuwe gezichten en op de website van kantoor columns over nieuwe onderwerpen. Een belangstellende collega van mij vroeg mij deze week in het voorbijgaan of ik de tankstationhouder – u dus – voor haar kon typeren. Ik kon dat niet direct, maar het bleef in mijn hoofd rondspoken. Deze column is daarvan de uitkomst.

De gedachte van mijn collega was dat tankstationhouders een voorliefde zouden hebben voor verlaten en soms wat lugubere plekken, omdat tankstations zich vaak langs de snelweg of aan de rand van een stad (“net voordat de ongerepte natuur begint”) bevinden. Zij associeert uw bestaan ook met stillevens van de Amerikaanse schilder Edward Hopper uit de jaren ’50 of de legendarische scene bij het benzinestation uit de film The Birds van Hitchcock (1963). Haar gedachte is dus wel te verklaren, maar staat ver van mijn dagelijkse praktijk.

Ik heb de afgelopen jaren een groot aantal ondernemers uit de tankstationbranche leren kennen als betrokken ondernemers. In de eerste plaats zijn ze natuurlijk betrokken bij hun onderneming en hun personeel, maar ook bij de maatschappij (en dan bedoel ik niet de “olie’s” zoals Edsko Schuitema ze altijd noemde, maar de wereld waarin wij leven). Ik ken er zelfs een paar met een elektrische auto.

Toen ik aan het begin van dit millennium de praktijk overnam van mr. Leonard Pels Rijcken, bestond de cliëntenlijst vooral uit exploitanten die één of twee stations van een oliemaatschappij huurden. Deze ‘exploitanten oude stijl’, soms van echte papa-mama-stations die met hun gezin leefden van de inkomsten uit één station, zijn vrijwel uitgestorven of met pensioen gegaan, ofwel nadat de oliemaatschappij hen had uitgekocht, ofwel nadat een meer actieve (of zo u wilt activistische?) ondernemer zich in de plaats had laten stellen (die procedures heb ik een paar jaar geleden ook veel gedaan).

De ondernemers die vandaag de dag actief zijn in de branche zijn echte ondernemers – vaak de nieuwe generatie – die aan het hoofd staan van >ondernemingen die stuk voor stuk innovatief zijn. Sommige onderscheiden zich door heel goed gesorteerde shops, anderen maken weer meer werk van horeca en verantwoorde (streek-) producten en/of werkplekken (aan de brandstof zelf verdient vrijwel niemand meer iets). Tegelijkertijd is er een groep die is ingegaan op het aanbod van een oliemaatschappij of leverancier om het station aan deze partij te verhuren. Daardoor treed ik nu ook veel voor verhuurders van tankstations op. Als de locatie goed genoeg is, kan er met onderhandelingen veel worden bereikt.

De aard van het beestje is dus behoorlijk divers, maar de grote gemene deler is toch wel dat zij hart voor de zaak hebben en innovatief zijn. Het liefst werk ik zelf met ondernemers die meedenken en in zekere mate kritisch zijn. Daarmee heb ik ook de beste resultaten behaald. Als advocaat ben je immers voor een groot deel afhankelijk van de feiten, en het is prettig als je die niet zelf hoeft te verzinnen. Wat ik vooral fijn vind aan de tankstation-ondernemers die ik bijsta, is dat zij (in de meeste gevallen) afgaan op mijn juridische oordeel, en willen meegaan in de strategie die ik voor hen uitstippel. Dat is nog wel eens anders als je – bij voorbeeld – een multinational adviseert.

Maar – en ik vrees dat collega Mirjam mij hier ook op zal wijzen als ze dit leest – nu betrap ik mij erop dat het inmiddels helemaal niet meer gaat over u, maar over de aard van een ander beestje. Tot de volgende keer.

Deze column is geschreven voor Pompshop. Het onafhankelijke vakblad voor tankstations en carwash. Dirk van den Berg is ruim 15 jaar gespecialiseerd in tankstationszaken en gaat in Pompshop maandelijks in op een juridisch onderwerp. Vragen of opmerkingen? Neem hier contact op.

 

Dirk van den Berg

Dirk van den Berg is partner en advocaat bij act Fort Advocaten. Hij heeft zich gespecialiseerd in vastgoedrecht, franchiserecht, huurrecht bedrijfsruimte en distributierecht. Hij adviseert een groot aantal ondernemers in de tankstation branche, onder andere in contracten met oliemaatschappijen.

Column Pompshop
1. Golfbewegingen en gelegenheidsargumenten
2. Tanken zonder betalen is diefstal!
3. Een Whatsapp-gesprek is een gesprek!
4. Een schoft met/zonder hoge hoed
5. Knallende kurken, krimpende kansen
6. De Gele Hesjes zijn boos, maar waarover (niet)?
7. Gebouwd of niet gebouwd, dat is de vraag
8. Tegen de stroom in voor koffie en broodjes…
9. De aard van het beestje
10. Franchisewet 2.0
11. Op de wip
12. Sorry, geen tijd voor de column
13. Hoeveel magere jaren nog?
14. De ene doodsteek is de andere niet
15. Griffie(on)recht en kortzichtigheid
16. Andermaal de veiling
17. Pech voor PitPoint
18. Arbeidsrecht in balans?
19. Recht in tijden van corona
20. Huurrecht in tijden van corona 2
21. Fysiek feestje
22. Adviesprijs nog steeds niet exit?
23. Een nieuwe start. Nieuwe rondes, nieuwe kansen!
24. Het hele grote en het hele kleine
25. G(r)een Ontvankelijkheid
26. De felbegeerde positie van exploitant
27. De Paal – Dappere CODO
28. Een sprong van 1,5 meter op 100 meter hoogte
29. Black box
30. Koffietje op De Horn?
31. Tamelijk Veel Lof
32. WYSIWYG (What You See Is What Gou Get)?
33. De Staat deed waartoe hij in staat was