skip to Main Content
+31 (0)20 664 5111 info@actlegal-fort.com

Franchisewet 2.0

Bericht Series: Column Pompshop

Het is alweer 3 jaar geleden dat ik ontdekte dat ik al 15 jaar een franchiseadvocaat was. Ik hield mij al het hele millennium bezig met contractuele relaties in de ‘downstream petrol branche’ toen in het voorjaar van 2016 de Nederlandse Franchise Code (NFC) verscheen, een gedragscode opgesteld door een commissie van franchisegevers en franchisenemers. Daarin werden vrijwel alle relaties tussen oliemaatschappijen en de ondernemers die de producten aan de man brengen (retailers) onder het merk van de leverancier als franchiseovereenkomsten aangemerkt:

Franchise is een vorm van samenwerking tussen juridisch en economisch zelfstandige (rechts)personen, waarbij de ene partij (de franchisegever) aan de andere partij (de franchisenemer) het recht verleent om zijn franchiseformule te exploiteren voor de afzet van goederen en/of diensten. Zowel franchisegever als franchisenemer beogen daarbij voor beiden een ondernemersinkomen te realiseren.

Franchiseformule: een formule voor het fysiek en/of digitaal kopen, verkopen, doorverkopen, verlenen of produceren van goederen of diensten door een franchisenemer onder een embleem, handelsnaam of

merk van de franchisegever, in overeenstemming met diens bijstand, aanwijzingen en knowhow, waarmee de toepassing van (een) eenvormige commerciële methode(n) wordt beoogd tegen een passende vergoeding.

De NFC was het ‘kindje’  van de toenmalige minister van Economische Zaken Henk Kamp (2012-2017), die ervan was overtuigd dat er iets moest worden gedaan aan de machtsongelijkheid tussen franchisegevers en franchisenemers. Aanleiding waren verschillende conflicten die in die jaren ook breed in de pers zijn uitgemeten (Albert Heijn, Bakker Bart, Hema). De minister signaleerde diverse “onwenselijke overeenkomsten en gedragingen” en stelde in 2014 een termijn aan de marktpartijen: als zij zelf hun zaken niet netjes zouden regelen, dan zou hij dat voor ze doen. Onder deze druk kwam begin 2016 de NFC ter wereld. De Code bevat een groot aantal regels voor (vooral) franchisegevers. Omdat de NFC op basis van vrijwilligheid werd toegepast, en veel franchisegevers er niet enthousiast van werden – zij vinden dat de beschermingsgedachte daarin te veel is doorgeschoten – werd de NFC in de praktijk weinig gebruikt. Minister Kamp maakte zijn dreigement waar, en kwam in 2017 met een wetsontwerp waarin de NFC een “aanhangwagen” van het Burgerlijk Wetboek (BW) werd.

Door deze wettelijke verankering zou in alle franchiserelaties de NFC moeten worden nageleefd. Afwijkingen waren alleen mogelijk “mits deugdelijk gemotiveerd”. Hoewel het wetsvoorstel juridisch aan alle kanten rammelde, waren franchisenemers er over het algemeen positief over. Sommigen waren ronduit positief omdat zij zich gehoord voelden, anderen vonden het beter dan niets. Ik vond het wetsvoorstel een ramp en heb mij – met veel meer advocaten en juristen – tegen het wetsvoorstel opgesteld, omdat invoering tot veel onduidelijkheid en onnodige procedures zou leiden.

Minister Kamp verdween van het toneel, en daarmee ook dit wetsvoorstel. In het Regeerakkoord van Rutte III lazen we dat er wetgeving zou komen “om de positie van franchisenemers in de pre-competitieve fase te versterken”. En daar was-ie dan, een paar dagen voor Kerstmis, het voorontwerp voor de Franchisewet. Het wordt een nieuw hoofdstuk van het BW, titel 16. De regels gaan voor een groot deel over informatieverstrekking door de franchisegever aan de franchisenemer, zowel voorafgaand aan als tijdens de franchiseovereenkomst. Ook zijn er regels over tussentijdse wijziging van de overeenkomst, beëindiging van de samenwerking en het overleg tussen partijen.

Op het voorstel kon de hele maand januari worden gereageerd door iedereen die er iets over wilde zeggen. Franchisenemers zijn in veel gevallen weer positief. Franchisegevers hebben grote aarzelingen, vooral omdat bepaalde wijzigingen in de franchiseformule – maar ook in de eigen organisatie! – alleen mogen worden doorgevoerd nadat dat door 2/3e van de franchisenemers (of een vertegenwoordiging daarvan) is goedgekeurd. Als deze bepaling in het definitieve wetsvoorstel wordt gehandhaafd, zou dat er wel eens toe kunnen leiden dat verschillende bedrijven met franchise stoppen en de franchisenemer met het badwater wordt weggegooid. Ik ben erg benieuwd wat staatsecretaris Mona Keijzer met de commentaren doet.

Lees de input van o.a. Bovag en Shell op www.internetconsultatie.nl/wet_franchise .

Deze column is geschreven voor Pompshop. Het onafhankelijke vakblad voor tankstations en carwash. Dirk van den Berg is ruim 15 jaar gespecialiseerd in tankstationszaken en gaat in Pompshop maandelijks in op een juridisch onderwerp. Vragen of opmerkingen? Neem hier contact op.

Dirk van den Berg

Dirk van den Berg is partner en advocaat bij Fort Advocaten. Hij heeft zich gespecialiseerd in vastgoedrecht, franchiserecht, huurrecht bedrijfsruimte en distributierecht. Hij adviseert een groot aantal ondernemers in de tankstation branche, onder andere in contracten met oliemaatschappijen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *